Aanvaarding en verwerping

by
Aanvaarden en verwerpen

Zoals velen wel weten kan een erfgenaam een nalatenschap aanvaarden of verwerpen. Gedeeltelijke aanvaarding of verwerping is niet mogelijk. Een aanvaarding kan zuiver gedaan worden en onder het voorrecht van boedelbeschrijving (beneficiaire aanvaarding).

Zuivere aanvaarding van de nalatenschap leidt tot een onbeperkte aansprakelijkheid voor de schulden van de nalatenschap.

Beneficiaire aanvaarding heeft eveneens aansprakelijkheid voor de schulden van de nalatenschap tot gevolg, maar deze aansprakelijkheid wordt begrensd door de waarde van het aandeel van de erfgenaam in de goederen van de nalatenschap. De beneficiair aanvaarde erfgenaam is dan ook niet met zijn eigen vermogen aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap.

De keuze voor verwerping of (beneficiaire) aanvaarding

De keuze voor aanvaarding of verwerping door een erfgenaam wordt gedaan door het afleggen van een verklaring ter griffie van de rechtbank binnen welk arrondissement de laatste woonplaats van erflater is gelegen. De keuze kan ook worden gedaan bij de notaris waarbij een akte van volmacht wordt getekend. De notaris zal dan als gevolmachtigde de keuze ter griffie van de rechtbank afleggen.

Een misverstand is dat de keuze binnen 3 maanden gemaakt zou moeten worden. Het is juist dat de wet een termijn van 3 maanden voor beraad geeft. Deze termijn ziet er echter op dat schuldeisers van erflater zich in de eerste 3 maanden na diens overlijden niet kunnen verhalen op de goederen van de nalatenschap. Om die reden is het aan te bevelen binnen 3 maanden een keuze te maken inzake het (beneficiair) aanvaarden of verwerpen van de nalatenschap. Door de keuze uit stellen loop je tevens het risico dat je de nalatenschap zuiver aanvaard doordat je jezelf als een ondubbelzinnig en zonder voorbehoud zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt.

Het recht om een nalatenschap te aanvaarden of te verwerpen kan niet verjaren. Wel kan, nadat de termijn voor beraad is verlopen, op verzoek van een belanghebbende de Kantonrechter een termijn stellen waarin de erfgenaam zijn keuze moet maken. Als deze termijn verloopt zonder dat de erfgenaam actie onderneemt, wordt hij geacht de nalatenschap zuiver te hebben aanvaard.

Wanneer een of meer erfgenamen de nalatenschap beneficiair aanvaarden, wordt de erfgenaam die nog geen keuze heeft uitgebracht, geacht ook beneficiair te hebben aanvaard, tenzij hij alsnog zuiver aanvaardt of verwerpt. De erfgenaam dient dan binnen drie maanden nadat hij van de beneficiaire aanvaarding kennis heeft gekregen of binnen de termijn die de Kantonrechter aan hem heeft gesteld een verklaring ter griffie van de rechtbank afleggen.

Een eenmaal gedane keuze is onherroepelijk en werkt terug tot het tijdstip van het openvallen van de nalatenschap (het moment waarop erflater overleed). Als een erfgenaam door zijn gedragingen een nalatenschap zuiver heeft aanvaard, dan is beneficiaire aanvaarding of verwerping niet meer mogelijk. Het kan dan ook zijn dat achteraf komt vast te staan dat een verklaring van beneficiaire aanvaarding ter griffie van de rechtbank geen rechtswerking heeft omdat op het moment dat de verklaring werd afgelegd de nalatenschap door de erfgenaam wegens zijn gedragingen reeds zuiver was aanvaard.

De keuze voor aanvaarding of verwerping kan niet wegens dwaling of op grond van benadeling van schuldeisers worden vernietigd.

Zuivere aanvaarding door gedragingen

De keuze voor zuivere aanvaarding kan ook worden aangenomen indien een erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud zich als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt. Het toe-eigenen van goederen van de nalatenschap wordt veelal uitgelegd als zuivere aanvaarding. De erfgenaam aanvaardt de nalatenschap zuiver als hij ‘als heer en meester’ over de goederen van de nalatenschap beschikt of op andere wijze aan de schuldeisers van de nalatenschap doet blijken dat hij de schulden der nalatenschap geheel voor zijn rekening neemt.

Gedragingen van een erfgenaam kunnen niet altijd gezien worden als een zuivere aanvaarding. In sommige gevallen is het bijvoorbeeld nodig om een huurwoning te ontruimen. In het kader van de ontruiming kunnen erfgenamen goederen ‘in bewaring’ nemen. Het lijkt dan te ver gaan om zuivere aanvaarding aan te nemen. Eerder zou dan sprake zijn van normaal beheer van de nalatenschap of zelfs van zaakwaarneming. Een erfgenaam die zich beperkt tot daden van beheer verspeelt zijn keuzemogelijkheid voor het beneficiair aanvaarden of verwerpen van een nalatenschap niet.

Of sprake is van zuivere aanvaarding door een erfgenaam wegens diens gedragingen zal altijd afhangen van alle omstandigheden van het geval.

Het maken van een keuze voor een minderjarige

De wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige kan voor die minderjarige de nalatenschap niet zuiver aanvaarden. Wil de wettelijke vertegenwoordiger de nalatenschap verwerpen, dan zal hij daartoe een machtiging moeten verzoeken aan de Kantonrechter. De wettelijke vertegenwoordiger dient binnen 3 maanden na overlijden van erflater een verklaring af te leggen ter griffie van de rechtbank. Laat hij dit na dan geldt dat de minderjarige van rechtswege de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard.

Als een minderjarige zijn beide ouders verliest, dan kan het gebeuren dat er niet direct een voogd over de minderjarige wordt benoemd. De minderjarige heeft op zo’n moment geen wettelijk vertegenwoordiger. De vraag die zich dan voordoet is of de termijn van 3 maanden voor het beneficiair aanvaarden of verwerpen van een nalatenschap nog steeds geacht wordt te gaan lopen op het moment dat erflater(s) zijn overleden. Dit lijkt onbillijk te zijn, immers is het de minderjarige in zo’n situatie bij gebrek aan een wettelijk vertegenwoordiger niet mogelijk een keuze te maken.

Ontdekking van een nadelig testament en het plaatsvinden van een nadelige gebeurtenis na zuivere aanvaarding

In beginsel is de door de erfgenaam gemaakte keuze voor (beneficiaire) aanvaarding of verwerping onherroepelijk. Men kan er niet meer op terugkomen. De wet kent echter wel een uitzondering hierop, namelijk:

Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een uiterste wil, volgens welke de legaten en lasten die hij moet voldoen, tot een geringer bedrag uit zijn erfdeel kunnen worden bestreden dan zonder die uiterste wil het geval zou zijn geweest, wordt, indien hij binnen drie maanden na die ontdekking het verzoek daartoe doet, door de kantonrechter gemachtigd om alsnog beneficiair te aanvaarden. Nochtans komen de schulden der nalatenschap met uitzondering van de hem tevoren niet bekende legaten, alsmede de hem tevoren reeds bekende lasten, ten laste van zijn gehele vermogen voor zover hij deze ook zonder die uiterste wil niet uit zijn erfdeel had kunnen bestrijden.”

Deze situatie ziet op het bekend worden van de erfgenaam met een testament na zuivere aanvaarding. Indien de erfgenaam volgens dit testament legaten en/of lasten moet voldoen waar hij eerder geen weet van had, dan kan hij een verzoek indienen bij de Kantonrechter om in de gelegenheid te worden gesteld om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden. Dit geldt ook als uit het testament blijkt dat de erfgenaam een kleiner erfdeel toekomt dan hij aanvankelijk dacht te hebben.

Een tweede uitzondering is de volgende:

“Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een uiterste wil, volgens welke zijn erfdeel groter is dan het zonder die uiterste wil zou zijn geweest, of met een na zijn aanvaarding voorgevallen gebeurtenis waardoor zijn erfdeel is vergroot, wordt, indien hij binnen drie maanden na die ontdekking het verzoek daartoe doet, door de kantonrechter gemachtigd alsnog beneficiair te aanvaarden. Nochtans moet hij de schulden der nalatenschap en de lasten met zijn gehele vermogen voldoen, voor zover dat ook zonder die uiterste wil of zonder die gebeurtenis het geval zou zijn geweest.

Ook deze bepaling noemt een aantal vereisten waaraan voldaan moet zijn, wil de Kantonrechter een machtiging kunnen geven aan de erfgenaam om na zuivere aanvaarding alsnog beneficiair te mogen aanvaarden. Vereist is dat de erfgenaam op een later tijdstip bekend wordt met een testament van erflater waardoor zijn aanspraak op de nalatenschap groter is dan voorzien dan wel wanneer zich een nadelige gebeurtenis zich voordoet. Een groter erfdeel maakt indirect dat de erfgenaam voor een groter deel van de schulden intern aansprakelijk is. Hij zal meer in de schulden moeten bijdragen dan de andere (aanvankelijke) erfgenamen. Er kan bijvoorbeeld een groter erfdeel ontstaan dan voorzien doordat sprake is van onwaardigheid van een mede-erfgenaam of van verwerping door een mede-erfgenaam terwijl er geen sprake is van plaatsvervulling.

Als de Kantonrechter een machtiging verleend om de nalatenschap alsnog beneficiair te mogen aanvaarden, geldt dat de erfgenaam daardoor niet in een betere positie komt te verkeren. Hij blijft aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap voor zover hij dat ook zou zijn geweest zonder het nadelige testament of zonder de nadelige gebeurtenis.

Bekend worden met onverwachte schulden

Rechters hebben al een paar keer geoordeeld dat een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam niet aansprakelijk is voor een schuld die hij redelijkerwijs niet kon kennen.

Op dit moment ligt er een wetsvoorstel waarvan de inhoud als volgt is:

Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, kan binnen drie maanden na die ontdekking de kantonrechter verzoeken om geheel of gedeeltelijk te worden ontheven van zijn verplichting deze schuld uit zijn vermogen te voldoen voor zover deze niet uit zijn erfdeel kan worden voldaan.

Een erfgenaam kan alleen een beroep doen op dit artikel als hij niet bekend was met bepaalde schulden van erflater (en deze evenmin behoorde te kennen) op het moment dat hij de nalatenschap zuiver aanvaardde. Centraal staat daarbij het begrip ‘goeder trouw’.

Van een erfgenaam wordt verwacht dat hij onderzoek heeft gedaan naar de nalatenschap. Van hem wordt verwacht dat hij de administratie van erflater heeft ingekeken. Als een erfgenaam twijfelt of had moeten twijfelen over de aan- of afwezigheid van een schuld (bijvoorbeeld omdat hij de administratie van een andere erfgenaam niet krijgt) zal hij in veel gevallen geen beroep kunnen doen op voornoemde bepaling.

Schulden die uit de administratie van erflater blijken (zoals hypotheekschulden, onbetaalde facturen en belastingschulden) zijn in beginsel schulden die een erfgenaam kende dan wel behoorde te kennen. De meeste schulden van erflater zullen dus niet als een onverwachte schuld kunnen worden aangemerkt. In de jurisprudentie zijn enkele gevallen te vinden waarbij een schuld als ‘onverwachte schuld’ werd gezien.

Het aanvaarden of verwerpen van een legaat

Met betrekking tot het aanvaarden of verwerpen van een legaat bepaalt de wet het volgende:

Een legaat wordt verkregen zonder dat een aanvaarding nodig is, behoudens de bevoegdheid van de legataris om het legaat te verwerpen zolang hij het niet aanvaard heeft.

De kantonrechter kan op verzoek van een belanghebbende aan de legataris een termijn stellen, waarbinnen deze moet verklaren of hij al dan niet verwerpt; bij gebreke van een verklaring binnen de gestelde termijn verliest de legataris de bevoegdheid om te verwerpen.

De verwerping van een legaat moet op ondubbelzinnige wijze geschieden, maar is aan geen vorm gebonden.

Afstand doen van het recht op de legitieme portie

Voorop gesteld dient te worden dat op de legitieme portie aanspraak gemaakt dient te worden. Dat neemt echter niet weg dat een legitimaris afstand van recht kan hebben gedaan. De legitimaris heeft dan ondubbelzinnig laten weten dat hij geen aanspraak zal maken op de legitieme portie.

De legitimaris kan vormvrij afstand doen van zijn recht om aanspraak te maken op de legitieme portie. Het afstand doen van recht kan bijvoorbeeld blijken uit een ondertekende verklaring waarin de afstandsverklaring van de legitimaris is vastgelegd, maar ook uit gedragingen van de legitimaris. Een rechter zal niet snel aannemen dat een legitimaris afstand van recht heeft gedaan op grond van diens gedragingen.