Informatie over de nalatenschap

by
verklaring van erfrecht

In de praktijk wil er nog wel eens onenigheid ontstaan over het geven van inzicht in de stukken waarmee de omvang van de nalatenschap kan worden vastgesteld. De wet kent echter een aantal bepalingen met betrekking tot het aan elkaar inzicht geven in de stukken waarmee de omvang van de nalatenschap kan worden vastgesteld. Niet alleen erfgenamen onderling hebben recht op bepaalde informatie, ook legatarissen, legitmarissen en schuldeisers kunnen bepaalde informatie krijgen.

Centraal Testamentenregister

Of erflater een testament heeft opgemaakt kan worden nagegaan in het Centraal Testamentenregister. Dit is een register waarin notarissen registreren wie, wanneer en bij welke notaris een testament is opgemaakt. Iedere notaris kan het Centraal Testamentenregister raadplegen. Maar je kan ook zelf een schriftelijke aanvraag doen bij het Centraal Testamentenregister.

Boedelregister

De griffiers van de rechtbanken beheren een openbaar boedelregister waarin feiten worden ingeschreven die van belang zijn om de rechtstoestand van een nalatenschap te kunnen vaststellen. In het register worden de volgende feiten geregistreerd:
– de betrokken notaris(sen);
– de ongedaanmaking van de wettelijke verdeling door de langstlevende echtgenoot;
– de door de Kantonrechter verlengde termijn voor beraad inzake het al dan niet aanvaarden van een nalatenschap. Schuldeisers kunnen namelijk de eerste 3 maanden na overlijden geen verhaal nemen op goederen van de nalatenschap. Deze termijn kan dus worden verlengd door de Kantonrechter;
– de verklaringen inzake de verwerping, aanvaarding en beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap;
– de termijnstelling voor het maken van een keuze inzake de verwerping, aanvaarding en beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap;
– de beneficiaire aanvaarding van rechtswege door een minderjarige door verloop van de termijn waarbinnen de wettelijke vertegenwoordiger een keuze had moeten maken (de termijn bedraagt 3 maanden);
– de benoeming van een vereffenaar en de beëindiging van die hoedanigheid;
– de opheffing van de vereffening wegens de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.

Het boedelregister geeft niet altijd een getrouw beeld van de daadwerkelijke juridische status van een nalatenschap. Het kan voorkomen dat een beneficiaire aanvaarding wordt ingeschreven terwijl de betreffende erfgenaam niet meer beneficiair kon aanvaarden. Als een erfgenaam door zijn handelen reeds zuiver heeft aanvaard, dan is die aanvaarding onherroepelijk. Een beneficiaire aanvaarding is dan niet meer mogelijk. De griffier die de aantekening in het boedelregister maakt, toetst echter niet of iemand nog wel daadwerkelijk een nalatenschap beneficiair kan aanvaarden.

De griffier van de rechtbank is verplicht aan een ieder kosteloos inzage in het boedelregister te geven.

Verklaring van erfrecht

De verklaring van erfrecht is een notariële akte waarin onder andere duidelijkheid wordt gegeven over wie de erfgenamen zijn en of de nalatenschap al dan niet (beneficiair) is aanvaard. De verklaring van erfrecht strekt ertoe duidelijk te maken wie de rechthebbenden op de tot de nalatenschap behorende goederen zijn en wie er bevoegd is om over die goederen te beschikken. De wet bepaalt over de inhoud van een verklaring van erfrecht het volgende:

Een verklaring van erfrecht is een notariële akte waarin een notaris een of meer van de volgende feiten vermeldt:
a. dat een of meer in de verklaring genoemde personen, al dan niet voor bepaalde erfdelen, erfgenaam zijn of de enige erfgenamen zijn, met vermelding of zij de nalatenschap reeds hebben aanvaard;
b. dat al dan niet aan de echtgenoot van de erflater het vruchtgebruik van een of meer tot de nalatenschap behorende goederen krachtens afdeling 2 van titel 3 toekomt, met vermelding of aan hem een machtiging tot vervreemden of bezwaren of een bevoegdheid tot vervreemding en vertering is verleend, alsmede of en tot welk tijdstip de echtgenoot een beroep toekomt op artikel 29 leden 1 en 3;
c. dat de nalatenschap is verdeeld overeenkomstig artikel 13, met vermelding of en tot welk moment de echtgenoot de bevoegdheid toekomt als bedoeld in artikel 18 lid 1;
d. dat al dan niet het beheer van de nalatenschap aan executeurs, bewindvoerders of krachtens de derde afdeling van deze titel benoemde vereffenaars is opgedragen, met vermelding van hun bevoegdheden; of
e. dat een of meer in de verklaring genoemde personen executeur, bewindvoerder of vereffenaar zijn.

De notaris die een verklaring van erfrecht opstelt, onderzoekt de familieverhoudingen en of er een testament is opgemaakt. Iemand die afgaat op de inhoud van een verklaring van erfrecht is in beginsel te goeder trouw. Als je weet dat feiten in de verklaring van erfrecht niet juist zijn (of weet dat er zaken in geschil zijn), wordt echter niet automatisch de goeder trouw aangenomen.

Het kan zijn dat achteraf komt vast te staan dat de juridische situatie toch anders is dan in de verklaring van erfrecht stond aangegeven. Zo kan bijvoorbeeld het vaderschap van een buitenechtelijk (en niet erkend) kind van erflater gerechtelijk worden vastgesteld nadat de verklaring van erfrecht is afgegeven. De vaststelling van het vaderschap heeft terugwerkende kracht, zodat dus achteraf blijkt dat de verklaring van erfrecht niet de juiste juridische situatie weergeeft.

Iedere notaris kan een verklaring van erfrecht opmaken. Belanghebbenden (waaronder ook schuldeisers van de nalatenschap) hebben recht op een afschrift van de verklaring van erfrecht. De notaris is verplicht een afschrift te verstrekken aan iedere belanghebbende.

Boedelbeschrijving

Als er geen onenigheid is, dan kan een boedelbeschrijving veelal bij onderhandse akte worden opgemaakt. De erfgenamen of de executeur maken dan zelf een overzicht van alle activa en passiva. Als er echter wel onenigheid is, dan kan een belanghebbende de Kantonrechter verzoeken een boedelbeschrijving te bevelen door een bij dat bevel aan te wijzen notaris.

Als er sprake is van een wettelijke verdeling en de echtgenoot of een kind niet het vrije beheer over zijn vermogen heeft, dan geldt het volgende:

Heeft de echtgenoot of een kind niet het vrije beheer over zijn vermogen, dan levert zijn wettelijk vertegenwoordiger binnen een jaar na het overlijden van de erflater een ter bevestiging van haar deugdelijkheid door hem ondertekende boedelbeschrijving in ter griffie van de rechtbank van de woonplaats van de echtgenoot onderscheidenlijk het kind. De kantonrechter kan bepalen dat de boedelbeschrijving bij notariële akte dient te geschieden.

Bij minderjarige kinderen dient dus binnen één jaar een boedelbeschrijving te worden ingediend bij de rechtbank. De rechtbank keurt deze boedelbeschrijving echter niet goed. Het kind kan dan ook later de juistheid van de boedelbeschrijving aanvechten. Eenvoudig zal dat voor het kind niet zijn. Immers zal het kind moeite ondervinden bij het bewijzen van zijn stellingen.

In de praktijk gebeurt het nogal eens dat in het kader van de wettelijke verdeling en de aanwezigheid van minderjarige kinderen geen boedelbeschrijving wordt opgemaakt en ingediend. Er rust echter geen sanctie op het niet indienen van een boedelbeschrijving.

Over de inhoud van de boedelbeschrijving bepaalt de wet het volgende:

De boedelbeschrijving zal bevatten:

1°. naam, voornaam en woonplaats van de verschenen of opgeroepen partijen en van de aangewezen schatters;
2°. een korte beschrijving van alle tot de boedel behorende goederen en schulden en, zo een der partijen zulks wenst, een schatting van de waarde van de roerende zaken door een of meer door partijen aan te wijzen schatters met hun beëdiging;
3°. een opgave van de plaats waar de beschreven zaken zich bevinden, of waarheen zij zijn overgebracht;
4°. een opgave van tot de boedel behorende geldsommen;
5°. een opgave van de aangetroffen boeken en registers betreffende de boedel, die op de eerste en laatste bladzijden worden gewaarmerkt, ingeval van een notariële beschrijving door de notaris en ingeval van een onderhandse beschrijving door de partijen;
6°. vermelding van de akten die op de goederen en de schulden van de boedel betrekking hebben;
7°. ingeval van een notariële beschrijving: vermelding van de eed, af te leggen in handen van de notaris, van hen die vóór de beschrijving de goederen in hun macht hadden of het huis waarin deze zich bevinden bewoond hebben, dat zij niets hebben verduisterd, noch gezien hebben, noch weten dat iets verduisterd is.

De verhouding tussen erfgenamen onderling

Erfgenamen dienen zich op grond van de wet jegens elkaar naar redelijkheid en billijkheid te gedragen. Dit houdt zonder meer in dat erfgenamen elkaar over en weer alle informatie dienen te verstrekken inzake de nalatenschap.

Als sprake is van de toepassing van de wettelijke verdeling geldt dat de echtgenoot (langstlevende ouder) en ieder kind van de andere erfgenamen kan verlangen dat een boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater (eerst overleden ouder) wordt opgemaakt.

In dit kader geldt tevens het volgende:

De echtgenoot en ieder kind hebben jegens elkaar recht op inzage in en afschrift van alle bescheiden en andere gegevensdragers, die zij voor de vaststelling van hun aanspraken behoeven. De daartoe strekkende inlichtingen worden door hen desverzocht verstrekt. Zij zijn jegens elkaar gehouden tot medewerking aan de verstrekking van inlichtingen door derden.

Dit recht is uiteraard van belang om de hoogte van de niet-opeisbare vorderingen van de kinderen op de echtgenoot (langstlevende ouder) te kunnen vaststellen.

De informatieverplichting van de executeur

Als in het testament een executeur is benoemd, dan is het ook veelal de executeur die beschikt over informatie over de nalatenschap. De wet geeft de executeur onder andere de volgende verplichtingen:

Hij moet met bekwame spoed een boedelbeschrijving met inbegrip van een voorlopige staat van de schulden der nalatenschap opmaken (…)en de hem bekende schuldeisers oproepen tot indiening van hun vorderingen bij de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, bij een der executeurs. De aanmelding van een vordering stuit de verjaring.

De executeur moet aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven.

Als een executeur deze verplichtingen niet nakomt, dan zouden deze bij de rechter afgedwongen kunnen worden. Ook zou aangestuurd kunnen worden op het ontslag van de executeur.

Het recht van een legitimaris en van enkele andere personen op informatie

De wet kent een specifieke bepaling voor de legitimaris om informatie over de nalatenschap te krijgen. De legitimaris kan de erfgenamen en de executeur verzoeken om inzage en een afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie nodig heeft. De wet verwoordt het informatierecht van de legitimaris als volgt:

Een legitimaris die niet erfgenaam is, kan tegenover de erfgenamen en met het beheer der nalatenschap belaste executeurs aanspraak maken op inzage en een afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft; zij verstrekken hem desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen.

Op zijn verzoek kan de kantonrechter een of meer der erfgenamen en met het beheer der nalatenschap belaste executeurs doen oproepen ten einde de deugdelijkheid van de boedelbeschrijving in tegenwoordigheid van de verzoeker onder ede te bevestigen.

Zonodig kan de legitimaris de erfgenamen verzoeken om op kosten van de nalatenschap taxaties te laten uitvoeren. Let wel: die kosten worden veelal gekwalificeerd als kosten van vereffening. Dat heeft tot gevolg dat de legitieme portie ook kleiner zal zijn.

De hiervoor geciteerde wettelijke bepaling geldt ook voor personen die een ander wettelijk recht op de nalatenschap hebben dan het recht op de legitieme portie (zoals bijvoorbeeld het recht op voortzet gebruik van woning en inboedel of het recht op een som ineens).

Een legitimaris kan daarnaast de Kantonrechter verzoeken om een boedelbeschrijving te bevelen door een bij dat bevel aan te wijzen notaris.

Een legitimaris die een beroep heeft gedaan op zijn legitieme portie heeft verder ook het recht op een afschrift van de verklaring van erfrecht. De notaris die de verklaring van erfrecht heeft opgesteld is verplicht een afschrift aan de legitimaris ter hand te stellen. Als de erfgenamen een verklaring van erfrecht in bezit hebben, dan zijn ook de erfgenamen gehouden een afschrift daarvan aan de legitimaris op zijn verzoek te verstrekken.

De informatieplicht van de bewindvoerder

Bij testament kan zijn bepaald dat ‘nagelaten of vermaakte’ goederen onder (testamentair) bewind worden gesteld.

Het is de bewindvoerder die het beheer voert over de ‘nagelaten of vermaakte’ goederen. Voor de bewindvoerder geldt de volgende informatieverplichting:

De bewindvoerder legt, tenzij andere tijdstippen zijn bepaald, jaarlijks en aan het einde van zijn bewind rekening en verantwoording af aan de rechthebbende en aan degenen in wier belang het bewind is ingesteld. Aan het einde van zijn bewind legt hij rekening en verantwoording mede af aan degene die hem in het beheer van de goederen opvolgt. Is de bewindvoerder benoemd door de rechter, dan legt hij ten overstaan van deze de rekening en verantwoording af.

De Kantonrechter kan de bewindvoerder vrijstelling verlenen voor het afleggen van rekening en verantwoording aan hem. Dit ontslaat de bewindvoerder niet van het afleggen van rekening en verantwoording aan de rechthebbende. De Kantonrechter kan ook de termijnen voor het afleggen van rekening en verantwoording aan de Kantonrechter wijzigen.

Als er verschil van mening is over de juistheid van de rekening en verantwoording kan de Kantonrechter de verbetering daarvan gelasten. Zonodig kan de Kantonrechter ook deskundigen benoemen om de ingediende rekening en verantwoording te onderzoeken.

De informatieplicht van de vereffenaar

Ook de vereffenaar heeft een informatieplicht. De wet bepaalt het volgende daarover:

Vereffenaars geven aan de kantonrechter alle door deze gewenste inlichtingen en zijn verplicht diens aanwijzingen bij vereffening te volgen.

Indien een rechter-commissaris is benoemd, is deze bevoegd ter opheldering van alle omstandigheden, de vereffening betreffende, getuigen en deskundigen te horen op dezelfde wijze als voor een rechter-commissaris in geval van faillissement is bepaald.

Deze verplichting gaat niet zover dat de vereffenaar voortdurend de Kantonrechter op de hoogte moet houden van het verloop van de vereffening. Als de vereffenaar niet door de Kantonrechter is benoemd, zal er in de praktijk ook niet veel bemoeienis zijn van de Kantonrechter met de vereffening van de nalatenschap.

Als er sprake is van een formele vereffening van de nalatenschap, zal de vereffenaar op een bepaald moment rekening en verantwoording moeten afleggen en een uitdelingslijst moeten neerleggen. De uitdelingslijst is de lijst waar de vorderingen van alle schuldeisers op staan vermeld en de volgorde van uitdeling. De bepaalt hierover het volgende:

Een vereffenaar is verplicht binnen zes maanden nadat de voor het indienen van vorderingen gestelde tijd is verstreken, een rekening en verantwoording benevens een uitdelingslijst ten kantore van de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, ter griffie van de rechtbank ter kennisneming van een ieder neer te leggen. De kantonrechter kan deze termijn verlengen.

De vereffenaar maakt de neerlegging op dezelfde wijze openlijk bekend als de oproep tot aanmelding van vorderingen en bovendien per brief aan de erfgenamen, de legatarissen en allen die zich als schuldeiser hebben aangemeld.

Binnen een maand na deze openlijke bekendmaking kan iedere belanghebbende tegen de rekening en verantwoording of tegen de uitdelingslijst bij de kantonrechter of, indien een rechter-commissaris is benoemd, bij de rechtbank in verzet komen.

De verzetprocedure geeft onder andere de mogelijkheid aan een schuldeiser (of een andere belanghebbende) de handelswijze van de vereffenaar en de rangorde van betaling van schuldeisers onder de aandacht te brengen bij de Kantonrechter.