Testamentair bewind

by
Bewind

Bij testament kan bewind worden ingesteld over een of meer na te laten goederen. Bij bewind gaat het over een voorziening met betrekking tot beheer over vermogen. Je dient dus te spreken over de onder bewind gestelde goederen en niet over de onder bewind gestelde persoon. Het bewind vangt in beginsel aan bij het overlijden van erflater. Het bewind kan dus al op de goederen rusten voordat een bewindvoerder in functie is getreden. Bij testament kan hier echter wel van worden afgeweken.

Het onder bewind gestelde vermogen vormt een afgescheiden vermogen. Schuldeisers van de rechthebbende kunnen daar over het algemeen dan ook geen verhaal op nemen.

De strekking van het bewind

Het bewind kan om verschillende redenen zijn ingesteld, namelijk

  • in het belang van de rechthebbende (bijvoorbeeld als sprake is van een drugsverslaafde);
  • (mede) in het belang van een ander dan de rechthebbende (bijvoorbeeld als sprake is van vruchtgebruik);
  • vanwege een gemeenschappelijk belang (bijvoorbeeld als sprake is van een goed dat gemeenschappelijk eigendom is zoals een landgoed).

De strekking van het bewind is van invloed op de bevoegdheden van de bewindvoerder en de rechthebbende, op de uitwinbaarheid van de goederen en op het einde van het bewind.

Het bewind in het belang van de rechthebbende wordt ook wel ´zelfstandig bewind´ genoemd. Het bewind in het belang van een ander dan de rechthebbende of vanwege een gemeenschappelijk belang wordt ook wel ´afhankelijk bewind´ genoemd.

Zoals gezegd is het van belang om vast te stellen wat de strekking van het bewind is. In dat kader gelden de volgende wettelijke vermoedens:

Het bewind over een erfdeel of een legaat wordt vermoed te zijn ingesteld in het belang van de rechthebbende, tenzij een der volgende leden van toepassing is.

Het bewind over een vruchtgebruik wordt vermoed zowel in het belang van de vruchtgebruiker als van de hoofdgerechtigde te zijn ingesteld. Hetzelfde geldt voor het bewind over de rechten van gebruik en bewoning.

Het bewind over een voorwaardelijke making wordt vermoed te zijn ingesteld in het belang van zowel degene die het goed bij vervulling der voorwaarde verkrijgt, als van degene die het alsdan verliest.

Het bewind over goederen of aandelen in goederen die gemeenschappelijk beheerd dienen te worden, wordt vermoed te zijn ingesteld in een gemeenschappelijk belang.

Het bewind over een erfdeel of een gelegateerd goed wordt vermoed te zijn ingesteld in het belang van de rechthebbende.

De wettelijke vermoedens zijn weerlegbaar met uitdrukkelijke bepalingen in het testament of door toepassing van de regels van uitleg van een testament. Als niet duidelijk is in wiens belang het bewind is ingesteld, gelden de zwaarste gevolgen voor de rechthebbende.

De bewindvoerder

Bij bewind wordt het beheer uitsluitend gevoerd door een bewindvoerder. De bewindvoerder wordt bij testament of door de Kantonrechter benoemd.

De bewindvoerder moet zo spoedig mogelijk een beschrijving opmaken van de goederen waarop het bewind betrekking heeft. Is de bewindvoerder door de Kantonrechter benoemd, dan moet hij een afschrift van de beschrijving inleveren ter griffie van de rechtbank.

De bewindvoerder legt, tenzij andere tijdstippen zijn bepaald, jaarlijks en aan het einde van zijn bewind rekening en verantwoording af aan de rechthebbende en aan degenen in wier belang het bewind is ingesteld. Als de bewindvoerder door de Kantonrechter is benoemd, dan legt hij aan deze Kantonrechter rekening en verantwoording af.

Voor zover bij de instelling van het bewind niet anders is bepaald, wordt telkens bij het afleggen van rekening en verantwoording hetgeen de goederen netto aan vruchten hebben opgebracht uitgekeerd aan de rechthebbende. Let wel: van die opbrengst dienen de kosten te worden afgetrokken die de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak heeft gemaakt, alsook wordt de beloning van de bewindvoerder daarvan afgetrokken.

De bevoegdheden van de bewindvoerder kunnen bij testament zijn beperkt maar ook zijn uitgebreid. Zo is er bijvoorbeeld de afwikkelingsbewindvoerder. Deze heeft de meeste bevoegdheden en deze kan de exclusieve bevoegdheid zijn toegekend om de verdeling van de nalatenschap vast te stellen.

De bevoegdheden van de bewindvoerder

Bij iedere vorm van (testamentair) bewind berust het beheer over de goederen bij de bewindvoerder. Onder beheer zijn begrepen alle handelingen die voor de normale exploitatie van een goed dienstig kunnen zijn.

Het is voor de bewindvoerder in veel gevallen praktisch om te beschikken over een verklaring van bewind. Met deze verklaring kan de bewindvoerder aan derden aantonen dat hij bevoegd is tot het verrichten van diverse handelingen. In zekere zin is het een bijzondere vorm van een verklaring van erfrecht.

Zoals gezegd berust het beheer over de onder bewind gestelde goederen bij de bewindvoerder. Dat betekent echter niet dat de bewindvoerder alles zomaar mag doen. De bewindvoerder heeft bijvoorbeeld toestemming van de rechthebbende nodig als hij geld wil lenen of de rechthebbende als borg of als hoofdelijk schuldenaar wil verbinden. Die toestemming is ook vereist als de bewindvoerder een overeenkomst wil aangaan tot beëindiging van een geschil. Let wel: bij geschillen waarbij het voorwerp van geschil beneden de € 700,- ligt of bij het treffen van minnelijke regeling ter gelegenheid van een comparitie bij de rechtbank, geldt dit toestemmingsvereiste niet. Erflater kan overigens bij testament bepalen dat voor meer (beschikkings)handelingen toestemming van de rechthebbende is vereist. In dat geval is de bewindvoerder in zijn bevoegdheden door erflater beperkt. Erflater kan de bevoegdheden ook uitbreiden door een afwikkelingsbewind in te stellen. In dat geval heeft de bewindvoerder voor geen enkele beschikkingshandeling toestemming van de rechthebbende nodig. Wel zal hij als goed bewindvoerder zijn taken moeten vervullen. Als een rechthebbende zijn eventuele (benodigde) toestemming aan de bewindvoerder niet wil geven, dan kan de bewindvoerder vervangende toestemming verzoeken bij de Kantonrechter.

De bewindvoerder heeft voorts het recht om een vordering tot verdeling in te stellen. De bewindvoerder heeft daar geen toestemming van de rechthebbende voor nodig. Die toestemming heeft de bewindvoerder wel nodig als hij een overeenkomst wil sluiten waarin de verdeling door de deelgenoten voor bepaalde tijd wordt uitgesloten. Ook als de bewindvoerder wil deelnemen aan het verdelen zelf, heeft hij in beginsel de toestemming daartoe van de rechthebbende nodig.

De bewindvoerder heeft verder het exclusieve recht om procedures te voeren ter zake van de onder bewind gestelde goederen. Hiervoor heeft hij geen toestemming nodig van de rechthebbende noch een machtiging van de Kantonrechter. Hij kan die toestemming of machtiging wel verzoeken om zodoende zich in te dekken tegen aansprakelijkheid.

De bewindvoerder heeft tenslotte ook de bevoegdheid om schenkingen te doen als het bewind is ingesteld in het belang van de rechthebbende. Een Kantonrechter zal echter alleen een machtiging tot het doen van een schenking verlenen als sprake is van een schenkingstraditie of het belang van de rechthebbende met de schenking is gediend.

De bevoegdheden van de rechthebbende

De rechthebbende is naast de bewindvoerder bevoegd tot handelingen die tot gewoon onderhoud dienen van de goederen die hij in gebruik heeft, alsook tot handelingen die geen uitstel kunnen lijden. De rechthebbende is niet bevoegd tot het verrichten van handelingen die dienen tot behoud van een goed en tot handelingen die wel uitstel kunnen lijden.

Als het bewind is ingesteld in het belang van de rechthebbende (zelfstandig bewind) kan de rechthebbende alleen met medewerking of toestemming van de bewindvoerder andere handelingen verricht dan voornoemde handelingen.

Als het bewind uitsluitend is ingesteld in het belang van een ander dan de rechthebbende of vanwege een gemeenschappelijk belang (afhankelijk bewind), dan kan de rechthebbende onbeperkt handelingen verrichten, echter slechts met instandhouding van het bewind. Als bijvoorbeeld een onder bewind gesteld goed door de rechthebbende wordt verkocht, dan is de koper gebonden aan het bewind. Let wel: als er naast testamentair-bewind ook executele is ingesteld, dan is de executeur bij uitsluiting van anderen bevoegd tot het voeren van beheer en kan de rechthebbende zich niet beroepen op zijn bevoegdheid tot het verrichten van handelingen met instandhouding van het bewind.

Een rechthebbende kan daarnaast – net als de bewindvoerder zelf – een vordering doen tot verdeling van een onverdeelde gemeenschap of een overeenkomst aangaan waarin de verdeling juist voor bepaalde tijd wordt uitgesloten.

Derdenbescherming

Nu kan het zijn dat een rechthebbende (rechts)handelingen verricht die waren voorbehouden aan de bewindvoerder of dat de benodigde medewerking of toestemming van de bewindvoerder ontbrak. De handeling is dan onbevoegd verricht. Niettemin is de rechtshandeling toch geldig indien de wederpartij geen kennis had van het bewind noch dat bewind behoorde te kennen (dit is de zogenaamde derdenbescherming). De wederpartij is dan te goeder trouw. De norm ‘behoorde te kennen’ is een objectief criterium. Deze norm is gebaseerd op de gedachte dat afhankelijk van de omstandigheden enig onderzoek door de wederpartij mag worden verwacht. Bij twijfel is het doen van onderzoek al snel voor de hand liggend.

Het komt voor dat bewind vanwege de wettelijke verplichting daartoe staat ingeschreven in een bepaald register (bijvoorbeeld het handelsregister of een aandelenregister). In dat geval is het bewind kenbaar voor derden en kan geen beroep worden gedaan op derdenbescherming.

Uit voorgaande blijkt dat als er onbevoegd een rechtshandeling is verricht deze toch geldig kan zijn. Niettemin kan de bewindvoerder weigeren mee te werken aan de uitvoering van de verplichtingen als gevolg van die rechtshandeling. Als de rechthebbende onbevoegd een auto verkoopt en de koper te goeder trouw is, dan kan de bewindvoerder weigeren zijn medewerking te verlenen aan het leveren van die auto aan de koper (voor zover dat uiteraard nog niet is gebeurd). De koper kan dan geen nakoming van de koopovereenkomst vorderen. Wel kan de koper in dat geval schadevergoeding vorderen.

Rechtswaarborgen bij afwikkelingsbewind

Het afwikkelingsbewind is het meest verstrekkende bewind dat bij testament kan worden ingesteld. De afwikkelingsbewindvoerder voert immers het beheer, verricht beschikkingshandelingen, bepaalt de wijze waarop wordt verdeeld en brengt de verdeling ten slotte tot stand.

Een afwikkelingsbewind heeft als strekking het gemeenschappelijk belang van de rechthebbenden en heeft als doel het afwikkelen van de nalatenschap op een geordende wijze. Doordat de belangen nog wel eens tegengesteld kunnen zijn aan die van de erfgenamen, biedt de wet een aantal waarborgen tegen het handelen van de afwikkelingsbewindvoerder. Zo kan allereerst een boedelbeschrijving worden geëist waardoor duidelijk wordt wat de omvang en de waarde van de nalatenschap is, alsook op grond waarvan de omvang en de hoogte van de erfrechtelijke aanspraken kunnen worden vastgesteld. Daarnaast kan van de bewindvoerder rekening en verantwoording worden geëist. Indien de afwikkelingsbewindvoerder ernstig tekortschiet in de uitoefening van zijn taken zou ook het ontslag wegens gewichtige redenen verzocht kunnen worden bij de Kantonrechter. Tenslotte is er in de wet ook een expliciete aansprakelijkheidsbepaling opgenomen op grond waarvan de bewindvoerder aansprakelijk gehouden kan worden voor schade.

De beloning van de bewindvoerder

Veelal is de beloning van de bewindvoerder door erflater in het testament geregeld. Als dat niet het geval is, dan komt de bewindvoerder 1% toe van de waarde van het onder bewind staande vermogen aan het einde jaar. Op grond van onvoorziene omstandigheden kan de Kantonrechter een andere beloning vaststellen.

Einde van het bewindvoerderschap

De hoedanigheid van de bewindvoerder eindigt volgens de wet:

  • bij het einde van het bewind;
  • door tijdverloop, indien de bewindvoerder voor een bepaalde tijd was benoemd;
  • door de dood van de bewindvoerder;
  • indien ten aanzien van de bewindvoerder de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing wordt verklaard;
  • indien de bewindvoerder in staat in van faillissement wordt verklaard;
  • indien sprake is van ondercuratelestelling of door de instelling van een meerderjarigenbewind ten aanzien van de bewindvoerder;
  • in de bij het testament bepaalde gevallen;
  • door ontslag dat de Kantonrechter de bewindvoerder verleent.

Een bewindvoeder kan zelf een verzoek tot ontslag indienen. Een dergelijk verzoek wordt vrijwel altijd door de Kantonrechter toegewezen. Als een ander een verzoek tot ontslag van de bewindvoerder indient, zal dat verzoek gebaseerd moeten zijn op gewichtige redenen. Met gewichtige redenen wordt bedoeld de situatie dat de bewindvoerder in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen of dat hij ongeschikt is geworden het bewind te voeren. Medebewindvoerders, de rechthebbende, iemand in wiens belang het bewind is ingesteld en het Openbaar Ministerie kunnen een verzoek tot ontslag van de bewindvoerder indienen. Andere personen kunnen wellicht de Kantonrechter bewegen het ontslag ambtshalve te verlenen, dit omdat de wet ook die mogelijkheid geeft.

Het einde van de hoedanigheid van een bewindvoerder houdt niet automatisch in dat het bewind zelf eindigt.

Einde van het bewind

Het bewind eindigt door het verstrijken van de termijn waarvoor het bewind werd ingesteld. Het bewind eindigt ook door verwerping van de nalatenschap of het legaat indien het door het bewind gediende belang daarmee vervalt. Met andere woorden: als het bewind is ingesteld in het belang van rechthebbende, dan zal het bewind bij verwerping eindigen. Dat is niet het geval als het bewind is ingesteld in een gemeenschappelijk belang.

Als het bewind in het belang van de rechthebbende is ingesteld, kan de rechtbank het bewind opheffen op verzoek van de bewindvoerder op grond van onvoorziene omstandigheden, maar ook als aannemelijk is dat de rechthebbende de onder bewindstaande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen. De rechtbank kan het bewind eveneens opheffen op verzoek van de rechthebbende na verloop van vijf jaren na het overlijden van erflater en als aannemelijk is dat de rechthebbende de onder bewindstaande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen. Let wel: dit is alleen mogelijk als het bewind is ingesteld in het belang van de rechthebbende.

Aansprakelijkheid van de bewindvoerder

De wet kent een specifieke bepaling voor wat betreft de aansprakelijkheid van de bewindvoerder, namelijk:

“De bewindvoerder is jegens de rechthebbende aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekortschiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.”

De bewindvoerder dient zijn taken dus als goed bewindvoerder uit te voeren. Daarvan is in beginsel sprake als hij aan de onder bewind staande goederen zodanige zorg besteedt die men normaal gesproken ook aan de eigen goederen besteed. Een bewindvoerder hoort de onder bewind staande goederen niet aan bijzondere risico’s bloot te stellen. De taak van de bewindvoerder is ‘conserverend’ van aard.

Uiteraard zal bij het beantwoorden van de vraag of een bewindvoerder al dan niet als ‘goed bewindvoerder’ heeft gehandeld, alle omstandigheden meegewogen moeten worden.