Legitieme portie en de waardering van de imputatie

by
legitieme portie

Het berekenen van de legitieme portie leidt in de praktijk nog wel eens tot conflicten. Alhoewel de wettelijke systematiek helder is, zijn er vragen waarop de wettekst geen duidelijk antwoord geeft. De vraag bijvoorbeeld welke stukken allemaal aan de legitimaris verstrekt moet worden, leidt nog steeds tot nieuwe jurisprudentie. Maar ook de waardering van de goederen van de nalatenschap is voor veel partijen reden om de hulp van de rechter in te roepen.

In dit artikel wordt ingegaan op de waardering van de imputatie op de legitieme portie. Eerst zal uitgelegd worden wat ‘imputatie’ is. Vervolgens zal aangegeven hoe die ‘imputatie’ dan gewaardeerd moet worden.

Imputatie

De imputatie ga eerst een rol spelen nadat de omvang van de legitieme portie is vastgesteld. Voor deze vaststelling geldt dat uitgegaan wordt van de waarde van goederen en de hoogte van de schulden op het moment van overlijden van erflater.

Nadat de legitieme portie is vastgesteld, moet worden nagegaan met welke verkrijgingen (en potentiële verkrijgingen) de legitieme portie dient te worden verminderd. Dit wordt ook wel “toerekening” of “imputatie” op de legitieme portie genoemd. De legitieme portie kan dus worden verminderd. Het bedrag dat na vermindering resteert, wordt ook wel de legitimaire aanspraak genoemd.

Op de legitieme portie wordt dan toegerekend de waarde van:

(i) de giften die de legitimaris van de erflater heeft ontvangen (art. 4:70 BW);
(ii) hetgeen de legitimaris krachtens erfrecht heeft verkregen (art. 4:71 BW); (iii) hetgeen de legitimaris krachtens erfrecht had kunnen verkrijgen, maar heeft verworpen, tenzij de legitimaris de betreffende verkrijging niet in mindering op (ter voldoening aan) zijn legitieme portie behoefde te aanvaarden (art. 4:72 BW onder a en b en art. 4:73 BW).

De gedachte hierachter is dat alles wat de legitimaris van de erflater verkrijgt, in beginsel in mindering strekt op zijn legitieme portie.

Waardering van giften

Voor de waardering van giften geldt dat deze in beginsel worden gewaardeerd naar het tijdstip van de prestatie. Dus als de legitimaris ooit een gift van de erflater heeft ontvangen van € 20.000,-, dan komt dit bedrag in mindering op zijn legitieme portie. Er zijn wel uitzonderingen, bijvoorbeeld als de gift is gedaan terwijl de erflater bij de gift zich het vruchtgebruik heeft voorbehouden. Zo’n gift wordt gewaardeerd naar het tijdstip direct na het overlijden van de erflater.

Waardering van hetgeen krachtens erfrecht wordt verkregen

Het kan zijn een persoon als erfgenaam 10% van de nalatenschap ontvangt, terwijl hij als legitimaris recht zou hebben op 25% van de nalatenschap. In zo’n geval verkrijgt de legitimaris 10% krachtens erfrecht. Hij kan echter een aanvullend beroep doen op de legitieme portie, zodat hij ook – zeg maar – de resterende 15% nog ontvangt. Hieronder zal duidelijk gemaakt worden dat het percentage van 25% over een ander saldo wordt berekend, dan het percentage van 10%. Strikt genomen is de aanvulling dan ook geen 15%, maar is de aanvulling afhankelijk van de wijze waarop de 10% wordt berekend.

Duidelijk is dat de legitieme portie (de 25%) wordt berekend over het saldo van de nalatenschap op het moment van overlijden. Maar hoe wordt de 10% (de imputatie) berekend die daarop in mindering strekt? De wet geeft daarop geen duidelijk antwoord. En ook de parlementaire geschiedenis maakt niet duidelijk welke peildatum gehanteerd moet worden bij de toerekening van hetgeen de legitimaris reeds krachtens erfrecht verkrijgt.

In de rechtsliteratuur wordt in ieder geval aangegeven dat de waarde van alles wat de legitimaris (daad)werkelijk krachtens erfrecht verkrijgt op de legitieme portie wordt toegerekend.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad geeft het volgende antwoord:

Op grond van art. 4:71 BW komt de waarde van al hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt in mindering van zijn legitieme portie. Uit het gebruik van het woord “verkrijgt” volgt naar mijn mening dat het gaat om hetgeen de legitimaris daadwerkelijk als erfgenaam verkrijgt, derhalve om het bedrag dat de legitimaris bij de verdeling als erfdeel uit de nalatenschap ontvangt. Ook Boelens en Waaijer stellen dat het bij de toerekening ex art. 4:71 BW gaat om hetgeen de legitimaris daadwerkelijk krachtens erfrecht verkrijgt. Uit jurisprudentie en wetsgeschiedenis volgen bovendien geen aanknopingspunten voor een andere uitleg van art. 4:71 BW.

Als de legitimaris dus bijvoorbeeld meedeelt in de verkoopopbrengst van de woning, dan komt het bedrag dat hij daadwerkelijk ontvangt in mindering op zijn legitieme portie. De imputatie wordt derhalve niet berekend over de waarde van de woning op het moment van het overlijden van erflater.

Heeft u vragen over de berekening van de legitieme portie, neem dan contact met ons op.