Erfbelasting en schenkbelasting

by
Erfbelasting

Op de deze pagina wordt kort ingegaan op enkele aspecten van de successiewetgeving. De successiewetgeving kent twee belastingen, namelijk de erfbelasting en de schenkbelasting. Beide belastingen worden geheven op grond van aangifte. De verkrijgende persoon dient dan ook aangifte te doen van zijn verkregen schenking of van zijn ontvangen voordeel uit een nalatenschap (erfenis).

De belastbare feiten

Erfbelasting wordt geheven over de waarde van al wat krachtens erfrecht wordt verkregen door het overlijden van iemand die op het moment van overlijden in Nederland woonde. Schenkbelasting wordt geheven over de waarde van al wat krachtens schenking wordt verkregen van iemand die op het moment van de schenking in Nederland woonde.

De tariefgroepen

Gedeelte van de belaste verkrijging tussen en I. indien verkregen door partner of afstammelingen in de rechte lijn1) II. in overige gevallen
€ 0,- € 121.903,- 10% 30%
€ 121.903,- en hoger 20% 40%

De onder I. genoemde gevallen worden ook wel de ‘nabijen’ genoemd. Kleinkinderen en verdere afstammelingen behoren ook tot de ‘nabijen’, maar voor hen geldt een tariefopslag van 80% (het uiteindelijke tarief is dus 18-36%).

Vrijstellingen erfbelasting

Van erfbelasting is onder meer vrijgesteld:

  • De partner: tot een bedrag van € 636.180,-;
  • De kinderen en kleinkinderen: tot een bedrag van: € 20.148,-
  • De zieke en gehandicapte kinderen: tot een bedrag van € 60.439,-
  • De ouders: tot een bedrag van € 47.715,-
  • De overige verkrijgers (restvrijstelling): tot een bedrag van € 2.122,-

Vrijstellingen schenkbelasting

Van schenkbelasting is vrijgesteld het bedrag dat een kind krijgt van ouders tot maximaal een bedrag € 5.304,-. Dit bedrag kan voor één kalenderjaar worden verhoogd tot € 25.449,-. Als het bedrag wordt gebruikt om een eigen woning te kopen, dan het bedrag zelfs verhoogd worden tot maximaal een bedrag van € 53.016,-. Soms is ook een verhoging van de vrijstelling mogelijk als het geld bestemd is voor de betaling van de kosten van een ‘zeer dure’ studie of opleiding voor een beroep ten behoeve van het kind.

Verder geldt ook voor de schenkbelasting een restvrijstelling van € 2.122,-.

Het partnerbegrip

Het al dan niet zijn van partner is van groot belang, omdat de partner de grootste vrijstelling geniet. Maar wanneer is in successierechtelijke zin sprake van het zijn van partner. Als twee personen gehuwd zijn, dan zijn zij (verplicht) elkaars partner. Een geregistreerd partnerschap wordt in deze gelijk gesteld met een huwelijk. Samenwoners zijn in beginsel slechts elkaars partners als zij een wederzijdse zorgplicht zijn aangegaan bij notariële akte. Als een bijdrageregeling is overeengekomen ten aanzien van de kosten van huishouding, is in beginsel sprake van het voldoen aan het vereiste van het aangegaan zijn van een zorgplicht. Het behoeft niet per se om een bijdrage naar evenredigheid te gaan. Verdere vereisten zijn dat beide samenwoners meerderjarig moeten zijn, op hetzelfde adres staan ingeschreven, geen bloedverwanten zijn en niet reeds iemands anders partner zijn. Bij schenking moet men tevens minimaal twee jaar samenwonen en bij verkrijging krachtens erfrecht minimaal 6 maanden. Een notarieel samenlevingscontract is niet vereist om aangemerkt te kunnen worden als partner als men 5 jaar lang op hetzelfde adres staat ingeschreven.

Het woonplaatsbeginsel

Relevant voor het bepalen of erf- of schenkbelasting verschuldigd is, is de woonplaats van de erflater respectievelijk de schenker. Waar iemand zijn woonplaats heeft wordt (voor een natuurlijk persoon) naar de omstandigheden beoordeeld. Gekeken wordt dan naar het centrum van iemands sociaal functioneren.

Als aanvulling op het woonplaatsbeginsel geldt een fictie die inhoudt dat ieder die in Nederland heeft gewoond en binnen een jaar nadat hij Nederland als woonplaats heeft verlaten een schenking heeft gedaan, wordt geacht ten tijde van het doen van de schenking in Nederland te hebben gewoond.

Het nationaliteitsbeginsel

Een Nederlander die in Nederland heeft gewoond en binnen 10 jaar nadat hij Nederland heeft verlaten, overlijdt of een schenking doet, wordt geacht ten tijde van zijn overlijden of van het doen van de schenking in Nederland te hebben gewoond. Wil men niet onder deze regel vallen, dan zal men na emigratie zijn nationaliteit moeten wijzigen.

Waardering

Voor de bepaling van het belastbaar bedrag wordt als hoofdregel uitgegaan van de waarde van het goed in het economisch verkeer op het moment van verkrijgen. Woningen worden in aanmerking genomen naar de WOZ-waarde.

Aftrekbare schulden

Bij de vaststelling van het belastbare bedrag worden een aantal schulden in aanmerking genomen. Een legaat vormt een schuld van de nalatenschap die aftrekbaar is. Dat neemt niet weg dat de legataris zelf over zijn verkrijging ook belasting zal moeten betalen. Een (testamentaire)last is aftrekbaar voor zover er ook een te belasten voordeel is aan te wijzen. Ook de kosten van lijkbezorging zijn aftrekbaar voor zover deze niet bovenmatig zijn. De onderhoudskosten van het graf vallen hier niet onder. Verder zijn ook de gewone schulden aftrekbaar die bij het overlijden van erflater niet teniet zijn gegaan. Tenslotte worden ook belastinglatenties in aanmerking genomen.

Sterfbedschenking

De successiewetgeving gaat uit van een groot aantal ficties. Een van deze ficties is de sterfbedschenking. Schenkingen die door erflater zijn gedaan in een periode van 180 dagen voor zijn overlijden, worden aangemerkt als een verkrijging krachtens erfrecht.

In bovenstaande tekst wordt gerefereerd aan de tarieven van het jaar 2016

De successiewet 1956 kunt u hier raadplegen.

Het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 kunt u hier raadplegen.